Taal/Language
Nederlands Engels
 
Producten
 
In de aanbieding
 
Hardlopers
1.  RFM69W
2.  RFM95W
3.  RFM12B
4.  RFM69CW
5.  RFM69HCW
 

ADPCM

Adaptive Differential Pulse-Code Modulation.

In een telefoonsysteem wordt de analoge waarde van het signaal 8000 maal per seconde bepaalt en vertaald naar een discreet digitaal signaal van 8 bits breed. Het signaal wordt gesampled met 8000 samples per seconde. Als de 8000 samples van 8 bits breed worden geconcateneerd (achter elkaar gezet of serieel gemaakt), dan levert dat een digitaal signaal op met een data rate van 64 kbit/s. Dit signaal wordt een DS0 genoemd.
In de praktijk wordt het analoge signaal niet in 8 bits (256 waarden) maar 12 of 13 bits (4096 waarden) omgezet. De waarde wordt vertaald naar 8 bits in een niet-uniforme logaritmische kwantisering. In de VS en Japan gebruiken ze daarvoor µ-law en in Europa wordt een vergelijkbaar procédé onder de naam A-law toegepast.
Deze techniek is vastgelegd in de G711 standaard. Dit is een standaard van het ITU-T dat voor 1992 het CCITT werd genoemd.
De toevoeging van de term Differential slaat op het overzenden van alleen het verschil tussen twee samples. Dit geeft in een normaal gesprek een reductie van meer dan 25% van het aantal bits dat moet worden overgebracht. Door hierbij wat interactie toe te voegen kan de reductie, in bijvoorbeeld een stilteperiode, nog verder worden doorgevoerd. Hiermee kan een (gemiddelde) reductie van 50% t.o.v. PCM worden bereikt. Een telefoongesprek kan met ADPCM in 4 bits per sample worden overgebracht. Hiervoor is nog maar de helft van de bandbreedte nodig; 32 kbit/s. In een systeem waarbij bandbreedte duur is, wordt voor spraak ADPCM gebruikt.


ADPCM


Benadering van de compressiekromme door 8 lineaire segmenten.


Bron: Broncodering, Ir. P.J.G. Hammer, Delta Press 1994, blz. 140 (bewerkt).

AFH (BAFH)

(Bluetooth) Adaptive Frequency Hopping

Techniek waarbij de hopping sequence of sprong volgorde wordt gestuurd door een lijst van goede en slechte kanalen. Deze techniek wordt ook wel BIAS genoemd: Bluetooth Interference Aware Sceduling. Ontstaan uit de discussie over coëxistentie in de 2,4Ghz ISM band. Bluetooth moest tot V1.1 over alle 75 kanalen schakelen, of hoppen, om de zender energie zo gelijkmatig mogelijk te verdelen. Vanaf Bluetooth versie 1.2 is het aantal kanalen verlaagd naar 15. Daarmee is het mogelijk om alleen de ongestoorde, vrije kanalen te gebruiken om daarmee de coëxistentie in de ISM band te verbeteren. De techniek is een variant op de in de Bluetooth versie 1.1 specificatie gebruikte CQDDRC methode. Bij deze methode bepaalt de kwaliteit van het kanaal of rate 2/3 codering wordt gebruikt of dat de packetlengte wordt aangepast (1, 3 of 5 time slots).

Gerelateerde onderwerpen:

Coëxistentie
FHSS
Frequency hopping
ISM
Packet
Time slot

AM

Amplitude Modulatie

Betreft de modulatie van een zender.
De amplitude van de draaggolf wordt gevarieerd en hiermee wordt de informatie overgebracht van de zender naar de ontvanger.

ASK

A
mplitude Shift Keying

Betreft de modulatie van een zender. De amplitude van de modulatie wordt tussen twee of meerdere niveau's gevarieerd. Bij de goedkopere zender betekent dit vaak dat er 100% modulatie wordt toegepast. De zender wordt hierbij eenvoudigweg aan- en uitgezet.
Zie ook: OOK

Barker Code

Een spreading code die o.a. wordt gebruikt in pulse compression radar en tegenwoordig ook in WLAN. De gebruikte modulatietechniek is meestal BPSK.
Deze code wordt gebruikt voor het vormen van de modulatie voor de DSSS techniek die o.a. wordt gebruikt bij een WLAN volgens IEEE 802.11b bij een data rate van 1 en 2 Mbps. In deze mode wordt de 11-bits Barker code gebruikt. De Barker code heeft specifieke mathematische eigenschappen die zeer goed bruikbaar zijn voor het moduleren van radio signalen. Het is een compromis tussen de mate van storingsonderdrukking en de bandbreedte van het signaal. Een 13 bit Barker code zou een nog betere storingsonderdrukking tot gevolg hebben, maar de IEEE 802.11 comité wilde niet meer bandbreedte dan noodzakelijk gebruiken. Elk databit wordt met de Barker chips een EX-OR functie verwerkt en geeft een data rate die 11x hoger is dan de originele data rate. Een data rate van 1 Mbps geeft na codering een data rate van 11 Mchips/seconde en (na BPSK modulatie) een bandbreedte van 22MHz.

 
Code lengte

2
3
4
5
7
11
13

Code elementen

10, 11
110
1101, 1110
11101
1110010
11100010010
1111100110101

Zijband amplitude [dB]

-6.0
-9.5
-12.0
-14.0
-16.9
-20.8
-22.3
 











Gerelateerde onderwerpen: 

Spreading Code
BPSK
DSSS
EX-OR

BER

Bit Error Ratio (Rate).

Deze term beschrijft het verhoudingsgetal tussen het aantal verzonden databits en het aantal bitfouten. Het probleem met BER is dat het soms als kwaliteitsgetal wordt misbruikt. Het gaat fout bij het meetpunt van de BER en aan de (virtuele) kwaliteitswaarde die aan de BER wordt toegekend. De gemeten BER in een frame is niet hetzelfde als de gemeten BER in een packet of een TPDU (Transport Protocol Data Unit). BER wordt goed gebruikt als getal dat met een normwaarde wordt vergeleken. BER wordt goed toegepast als het wordt gebruikt in de fysieke laag. 

Een richtwaarde voor een zeer goede BER is beter dan 10-10. Dit getal wordt gehaald in verbindingen met koper of glas. Dit betekend dat er maximaal 1 bit niet juist wordt ontvangen op 10 miljard (1010) goed ontvangen bits. Draadloze technieken met meer rekenvermogen en zeer hoogwaardige coderingstechnieken moeten met een veel lagere BER een verbinding onderhouden. Bluetooth bijvoorbeeld kan met een BER van 10-3 nog een verbinding onderhouden. Het gevolg van een hogere BER is dat meer frames opnieuw moeten worden verzonden omdat het gereconstrueerde frame teveel (bit)fouten heeft. Hierdoor loopt de netto data rate terug. Bij een te hoge BER zal er uiteindelijk geen verbinding meer mogelijk zijn.

Bluetooth

Draadloze techniek volgens IEEE 802.15.1

BPSK (DBPSK)

(Differential) Binary Phase Shift Keying

Deze modulatietechniek zet digitale bits om in een analoog signaal dat kan worden uitgezonden over een radiokanaal. Onder invloed van de waarde van het digitale signaal ('0' of '1') wordt de fase van het signaal gewijzigd (0 en 180 graden). Deze modulatietechniek wordt gebruikt bij een WLAN volgens IEEE 802.11b bij een data rate van 1Mbps.

Gerelateerde onderwerpen:

QPSK
MSK

Coëxistentie

Onder coëxistentie wordt verstaan: het samen bestaan op dezelfde plaats en tijd. Vrijwel in elk geval wordt er pas over coëxistentie gesproken als er ook een mogelijk conflict is. In de context van RF technologie wordt onder coëxistentie verstaan: de samenwerking van verschillende communicatie technieken in dezelfde frequentieband op hetzelfde moment en op dezelfde geografische locatie. Op dit moment is de coëxistentie in de 2.4 GHz ISM band een hot topic. Een laptop heeft bijvoorbeeld een Wi-Fi (WLAN volgens IEEE802.11) én een Bluetooth module. Op korte afstand van elkaar treden mogelijk allerlei problemen op met de coëxistentie in de ISM band van de systemen. Beide toepassingen in 1 apparaat vormen een heel eigen uitdaging aan het ontwerp van het apparaat.

Gerelateerde onderwerpen:

Bluetooth
Wi-Fi
ISM

Cognitive Radio

Onder deze term vallen toekomstige ontwikkelingen in terminals en nodes waarbij de gebruiker niets meer merkt van de organisatie van het achterliggende netwerk. De verzameling van netwerken krijgt de term ACS, Ambient Control Space mee. Een netwerk dat deel uit maakt van een ACS wordt een Ambient Network genoemd.
De aanloop naar de Cognitive Radio is de Software-defined Radio.
Huidige terminals moeten handmatig worden geconfigureerd voor communicatie bijvoorbeeld via Bluetooth. In de SDR bedient de toepassing zich tot een beschikbaar netwerk en ondehandeld over de mogelijkheden van de dienst. Als de terminal buiten bereik van het netwerk komt, dan wordt uit de ACS een nieuw Ambient Network aangesproken voor de voortzetting van de dienst.
Een vergelijking kan worden getrokken tussen diensten op UMTS met als fall-back dezelfde of een gereduceerde dienst via GPRS. De omschakeling vindt plaats zonder tussenkomst van de gebruiker.

Gerelateerde onderwerkpen:

Software-defined Radio

Data rate
(Gegevenssnelheid) 

Met data rate wordt aangeven hoe snel data (bits) door een kanaal wordt getransporteerd. Men spreekt ook wel over transmissiesnelheid maar daarmee kan een verwarring kan ontstaan met de lichtsnelheid. De term wordt in de praktijk ook wel vervangen door de term bandbreedte, maar heeft daar geen directe relatie mee. De relatie tussen de data rate en de bandbreedte is afhankelijk van de gebruikte modulatietechniek en kanaalcodering.
De eenheid van de data rate is meestal bit/s (bps), kbit/s (kbps), Mbit/s (Mbps) en Gbit/s (Gbps).  
De bruto data rate van de fysieke laag wordt ook wel met de term throughput aangegeven.
De netto data rate van de verbinding is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de verbinding. Als een signaal onderweg teveel verzwakt, kan voor een lagere data rate worden gekozen om de verbinding in stand te houden. De lagere data rate is dan het gevolg van de keuze voor een spreading code die wel hetzelfde frequentiespectrum heeft, maar meer redundantie toevoegt om een hogere processing gain te bereiken. Hierdoor is het systeem beter bestand tegen hogere signaalpadverliezen en ruis. 
Ook door de andere instellingen van zender en ontvanger (kleinere bandbreedte) kan een verbinding met minder storende factoren worden verkregen.

dBi

Verhoudingsgetal voor de demping (-) of versterking van de antenne ten opzicht van een isotropische antenne. Een isotropische antenne is puur theoretisch en beschrijft een puntbron met een evenredig afstraalpatroon in alle richtingen.
Het verhoudingsgetal dBi zegt wat over het rendement van de antenne, maar vaak zijn meer gegevens nodig om het afstraalpatroon van de antenne goed in beeld te brengen. Hiervoor worden Radiation Diagrams gemaakt die de horizontale en verticale afstraling van de antenne in beeld brengen.

Diversity

Diversity is toevoeging op een netwerk of systeem dat bestaat uit antennes en ontvangers waarmee het mogelijk is de ontvangerlocatie of antenne te kiezen die de beste verbinding met de centrale node oplevert. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen site-diversity en antennediversity.
Bij site-diversity worden over een groot geografisch gebied meestal 1 zend/ontvanger locatie en meerdere (steun)ontvangers geplaatst. Het doel is het verschil tegen te gaan tussen het zendervermogen van de vast opgestelde zender en het zendervermogen van de terminals. Op een vaste locatie is het mogelijk om een zendervermogen op te wekken van enkele tientallen Watts omdat daar meestal geen beperking is op het energieverbruik. Samen met een versterkende antenne kan daar relatief eenvoudig een afgestraald vermogen worden opgewekt van 100 Watt.
Een mobile terminal met een kleine accu moet met een zendervermogen van 1 Watt uitkomen. Aangenomen dat de ontvangergevoeligheid van de vaste locatie en de mobiele terminal hetzelfde is, kan eenvoudig worden beredeneerd dan tussen de terminal en de vaste loactie een verschil zit van 20dB in signaalvermogen in de richting van de terminal naar de vaste locatie. Dat kan worden opgelost door het slim plaatsen van meer ontvangers.
Alle analoge signalen van de ontvangerlocaties worden op de vaste locatie verzameld en samen met de signalen van de lokale ontvanger worden de individuele S/N verhoudingen van het signaal gewogen. De diversity centrale kiest uit alle ontvangers de beste waarvan het signaal wordt doorgegeven naar het achterliggende netwerk.
Bij antennediversity wordt een antennecluster (meestal op dezelfde mast) gebruikt om multipath-fading of Rayleigh fading tegen te gaan. Hierbij wordt niet het gedemoduleerde signaal gebruikt om van antenne te wisselen, maar het hoogfrequente signaal van elke antenne wordt gecombineerd tot een beter signaal met inherent minder fading.

Gerelateerde onderwerpen:

MIMO
SDMA

DQPSK

Differential Quadrature Phase Shift Keying.

Zie: QPSK

DSSS

Direct Sequence Spread Spectrum.

De techniek bestaat uit het vermenigvuldigen van de data met pseudo ruis. Andere benamingen hiervoor zijn: spreading code, PN code of Barker code. Hieruit ontstaat het DSSS signaal. Deze methode verdeelt de energie van het signaal over een bredere bandbreedte dan nodig zou zijn als slechts de ruwe data verzonden zou worden. Smalbandige storingen in dezelfde frequentieband, worden in de ontvanger automatisch onderdrukt bij de omzetting vanuit het DSSS. Dit heeft tot gevolg dat deze storingen minder invloed hebben op de kwaliteit van het signaal. Een hogere kwaliteit van het signaal betekent minder fouten en dus een hogere gemiddelde datasnelheid van de verbinding. DSSS wordt o.a. gebruikt voor een WLAN volgens IEEE802.11b, door ZigBee en als fall-back voor een WLAN volgens IEEE802.11g.

Voordelen:
Hoge datasnelheid.
Lagere storingsgevoeligheid.

Nadelen:
Een hoge bandbreedte van het RF signaal (22Mhz voor WLAN volgens IEEE802.11b) en dus meer storing voor andere technieken die dezelfde band gebruiken.
Een hoger stroomverbruik (en kosten) door de gebruikte modulatiesoort.

Gerelateerde onderwerpen:

FHSS
Barker code
Spreading code
BPSK

Duplex

Een transmissiesysteem waarbij twee nodes communiceren en waarbij door elke node tegelijkertijd gezonden en ontvangen wordt. Een goed voorbeeld van een Duplex systeem is de normale telefoonlijn. De scheiding tussen zender en ontvanger wordt verkregen door een vorkschakeling om de duplexverbinding over twee draden mogelijk te maken. Door deze schakeling worden de zender en de ontvanger van elkaar ontkoppeld zodat er geen terugkoppeling kan optreden.
In een draadloos systeem is duplex alleen mogelijk bij het gebruik van twee kanalen (voor elke richting één) waarbij de draaggolffrequenties ver genoeg uit elkaar liggen. Deze duplex-afstand is nodig om te voorkomen dat de energie van de zender, de prestatie van de ontvanger beïnvloed. In feite zijn het twee simplex verbindingen, elk in tegengestelde richting.
Een voorwaarde voor duplex is dat tijdens de verbinding de zender en de ontvanger niet worden geschakeld. Een systeem waarbij twee kanalen worden gebruikt en waarbij wel de zender en ontvanger worden omgeschakeld, wordt semi-duplex genoemd.

Gerelateerde onderwerpen:

Half-duplex
Semi-duplex
Simplex

FDM

Frequency Division Multipexing.

Een techniek waarbij een beschikbare frequentieband of een gedeelte van het frequentiespectrum wordt verdeeld in een aantal (gelijke) stukken die kanalen worden genoemd.

Gerelateerde onderwerpen:

FDMA

FDMA

Frequency Division Multiple Access.

Een methode om één frequentiekanaal te laten gebruiken door verschillende gebruikers. In de meest praktische vorm is het vergelijkbaar met een omroepzender zoals Radio 4 waarbij de gebruiker (omroep) per tijdseenheid een andere kan zijn.
Deze term wordt ook vaak gebruikt als in werkelijkheid gewoon FDM wordt bedoeld. Het subtiele verschil tussen FDM en FDMA zit in de toepassing van de frequentie(band). FDM is het verdelen van de frequentieband in smallere stukken zodat meerdere zenders van de frequentieband gebruik kunnen maken. FDMA voegt hieraan nog een dimensie toe door het gebruik van een enkel kanaal aan verschillende gebruikers toe te wijzen. Elke gebruiker moet dan op zijn beurt wachten om het kanaal te kunnen gebruiken, niet ongelijk aan de constructie van radio 4.
In digitale communicatiesystemen wordt FDMA altijd in combinatie gebruikt met TDM(A) of CDM(A).

Gerelateerde onderwerpen:

CDM(A)
OFDMA
TDM(A)

FEC

Foreward Error Correction.

Kanaalcoderingstechnieken waaronder de Hamming code, de blokcode en de turbocode.
Het doel van de FEC is om de data voor verzenden te bewerken op een dusdanige manier dat fouten in de gereconstrueerde data in de ontvanger kunnen worden gedetecteerd en gecorrigeerd.
De FEC wordt o.a. toegepast bij simplex verbindingen omdat de ontvanger geen mogelijkheid heeft om aan de zender door te geven dat de gereconstrueerde data een fout bevat.
Een FEC omvat zowel foutdetectie als foutcorrectie.
Een voorbeeld van een FEC is de (7,4) Hamming code. Deze code is geoptimaliseerd voor gebruik in draadloze systemen en dit wordt de (8,4) Hiddink code genoemd.

FHSS

Frequency Hopping Spread Spectrum.

Een techniek waarbij een gemoduleerd hoogfrequent signaal periodiek van frequentie verandert. De hopping sequence of sprong volgorde wordt in de ontvanger gesynchroniseerd en daarmee is het geheel een transmissiesysteem.
Het voordeel bij de eerste systemen was de beveiliging van de verbinding. FHSS is in de oorlogsjaren ontwikkeld voor de behoefte aan veilige communicatie. Het systeem is in de loop der jaren verder ontwikkeld voor defensie. Gelijktijdig werden er systemen ontwikkeld om de signalen te ontvangen en om de sprongvolgorde te decoderen. Beide partijen werkten met een gelijksoortig systeem met als doel elkaars berichten te onderscheppen.
Voor huidige draadloze communicatie technieken wordt de FHSS techniek gebruikt om de energie van de zender (gelijkmatig) te verdelen over een brede frequentieband. De techniek heeft daarmee het voordeel van een grotere ongevoeligheid voor storingen. FHSS wordt gebruikt bij Bluetooth.

Gerelateerde onderwerpen: 

DSSS
AFH

Frame

Een frame is een data unit die wordt verzonden over de fysieke interface.

Opmerking: het begrip frame wordt nogal eens gebruikt als er in werkelijkheid een data unit of een packet wordt bedoelt. Er is geen duidelijke grens tussen het gebruik van de drie begrippen en ze worden daardoor veelvuldig door elkaar gebruikt. Het begrip frame wordt wel het meest aangetroffen in de onderste lagen van de protocol stack.

Gerelateerde onderwerpen:

Packet

Firmware

Firmware is software, geprogrammeerd in hardware. De hardware is meestal een microcontroller of een FPGA. Deze wijze van distributie van software is zeer populair omdat hiermee het intellectuele eigendom van de software bij de verkopende partij blijft. De software kan niet worden gekopieerd. De term 'firm' wordt gebruikt om aan te geven dat de inhoud stevig is. Het zit tussen de makkelijk te overschrijven software en niet te wijzigen hardware in.

KAKU

FM

Frequentie Modulatie

Betreft de modulatie van een zender.
De frequentie van de draaggolf wordt gevarieerd. De amplitude van de draaggolf blijft maximaal en wordt niet gevarieerd zoals bij AM. De informatie zit in de frequentie-afwijking van de draaggolf per tijdseenheid.

FSK

Frequency Shift Keying

Betreft de modulatie van een zender.
De frequentie van de modulatie van de draaggolf wordt gevarieerd. De informatie zit in de fase(frequentie)sprongen van de modulatie. Met FSK kunnen meerdere bits per tijdseenheid worden verzonden en zo de efficiëntie van het transmissiekanaal te verhogen.

GMSK

Gaussian Minimum Shift Keying.

Dit is een techniek die gerelateerd is aan PSK en MSK. Door het bit niet direct in de mudulator in te voeren maar eerst voor te vormen, kan een betere verdeling van het frequentiespectrum worden gekregen. Hiermee wordt de beschikbare spectrale ruimte beter gebruikt.


GMSK


Schets van de Gaussische verdeling bij GMSK.

GMSK wordt bij GSM toegepast.

Gerelateerde onderwerpen:

PSK
MSK

Half-duplex

Transmissiesystemen die de beschikking hebben over 1 kanaal kunnen maar 1 zendende node tegelijk toelaten. Als twee nodes tegelijk zenden is het gevolg dat gegevens verloren gaan en deze gegevens moeten dan opnieuw worden verzonden. In een half-duplex system is op elk tijdstip dus maar 1 zendende node actief. Het proces van allemaal ontvangers en 1 zender op elk tijdstip in een netwerk wordt half-duplex genoemd. Voorwaarde is dat informatie twee kanten op kan worden gestuurd, vandaar de term duplex. De meeste draadloze systemen zijn half-duplex of semi-duplex.

Gerelateerde onderwerpen:

Duplex
Semi-duplex
Simplex

IEEE

Institute of Electrical and Electronics Engineers

Een Amerikaans instituut dat zich inzet voor de promotie van de theorie en praktijk van de elektrotechniek.
In de eerste jaren na 1880 werd door 25 vooraanstaande Amerikaanse engineers het voorstel gedaan om een sociëteit op te richten voor de belangen van de nieuwe technologie. Op 13 mei 1884 werd de AIEE in New York opgericht. Aan het begin van de 20e eeuw werd de IRE, the Institute of Radio Engineers opgericht. Dit instituut hield zich vooral bezig met draadloze communicatie. Omdat veel leden van de AIEE ook lid waren van de IRE, zijn beide instituten in 1963 tot de IEEE samengevoegd.
Nu is de IEEE een niet commerciële organisatie met bijna 400.000 leden in ongeveer 150 landen. De missie van de IEEE is letterlijk: het promoten van het engineeringsproces van ontwerp, ontwikkeling, intergratie, delen en toepassen van kennis van elektrotechnische en informatie technologiën en wetenschappen ten bate van de mensheid en het vak.
De IEEE heeft onder andere 6 ondergeschikte interessegebieden. Één van de interessegebieden van de IEEE omvat alle IEEE standaarden. Deze standaardenvereniging dient het belang van een groot aantal standaardencommissies. De standaardencommissie worden onderverdeeld in werkgroepen. In deze werkgroepen worden de eigenlijke standaarden geformuleerd en zo nodig aangepast.
Één van deze commissies is de LAN/MAN standaardencommissie. De volledige naam is IEEE 802 LAN/MAN Standards Committee.

Interoperabiliteit

Deze term omvat de werking tussen twee apparaten van verschillende fabrikanten. Interoperabiliteit bestaat in een open markt waarbij de techniek is beschreven in een standaard. Standaarden zijn vaak ruim beschreven zodat een afwijkende interpretatie hiervan kan leiden tot een slecht werkend samenwerking tussen producten van verschillend fabrikaat. Interoperabiliteit kan worden opgelost met standaarden zoals de EN 300 444 voor het GAP van DECT of door bijvoorbeeld door een consortium van leveranciers zoals WiFi en Certified WUSB.

ISM

Industrial Scientific Medical

Deze term omvat een aantal frequentiebanden voor industriële, wetenschappelijke en medische toepassingen. Vanaf 1985 zijn deze frequentiebanden ook in gebruik voor licentievrije, commerciële toepassingen voor communicatietechnieken waaronder WLAN volgens IEEE 802.11 (WiFi), Bluetooth en ZigBee.
De meest gebruikte ISM banden voor commerciële toepassingen zijn de frequentiebanden op 2,4 GHz en 5 GHz, maar ook de frequentiebanden tussen 10 GHz en 64 GHz zijn voor commerciële toepassingen vrijgegeven zoals o.a. voor WiMax.

LOS

Line-Of-Sight

Zichtverbinding. Beschrijft een functionele verbinding tussen twee draadloze nodes waarbij er geen obstructies tussen de antennes van de beide nodes aanwezig zijn. Deze term wordt vaak gebruikt om een optimale situatie aan te geven.

LOS moet worden gezien als voorwaarde voor de maximale afstand tussen twee draadloze nodes onder ideale omstandigheden. In de praktijk kan deze maximale afstand minder zijn.

OOK

On-Off Keying

Betreft de modulatie van een zender. De zender wordt aan- en uitgezet, afhankelijk van de data op de ingang.

Packet

Een packet is een verzameling van data (bits) dat één geheel vormt. Een packet wordt in één keer door een transmissiekanaal verzonden. Een packet betstaat uit meer dan één deel met tenminste een header, de data en (optioneel) een footer of trailer. De data wordt de payload genoemd.
Het grote voordeel van een packet is dat de lengte kan worden aangepast aan de kwaliteit van het netwerk. In een netwerk met een mindere kwaliteit wordt de packetlengte korter gemaakt om te voorkomen dat te grote packets opnieuw moeten worden verzonden. Een korter packet kost immers minder tijd om te versturen dan een lang packet. Een te kort packet is ook niet voordelig want de header en de footer zorgen voor inefficiëntie.
Een packet bestaat op het niveau van een computernetwerk. Een bekabelt computernetwerk bestaat hoofdzakelijk uit onderdelen met functionaliteit uit laag 1 (netwerkkaart), laag 2 (switch) en laag 3 (router) van het OSI model. Packets bestaan hoofdzakelijk in die lagen maar krijgen in elke laag wel een andere samenstelling.
In een draadloos netwerk worden packets soms vertaald naar frames. Een frame heeft ongeveer dezelfde vorm als een packet maar ze is aangepast aan de toegepaste draadloze techniek.

Gerelateerde onderwerpen:

Frame

Packet switching

Packet switching is een techniek waarbij de verbinding wordt gebruikt om de data in de vorm van packets te transporteren van A naar B. De techniek is de variatie op circuit switching en message switching. Bij packet switching wordt de lengte van de packet afgestemd op de transmissietechniek en/of op de kwaliteit van de verbinding.

Protocol stack

Een protocol stack is letterlijk vertaald: een stapel met gedragsregels. De lagenstructuur van de stapel is vaak afkomstig van modellen zoals het OSI model of het TCP/IP lagenmodel. De verschillende protocollen beschijven het gedrag van de laag en de interactie tussen de grenzen van de laag door middel van services en functies. Tussen de lagen wordt gecommuniceerd met Protocol Data Units. In de onderste lagen van de stapel zijn de functies relatief eenvoudig. Richting de hogere lagen worden de functies steeds abstracter en de hoogste laag is ook het hoogste abstractieniveau voor de functies. In de onderste lagen spreken we van eigenschappen, in de middelste lagen van functies en in de hoogste lagen van services.

Bij een vergelijk is het gebruikelijk om de technieken op een zo laag mogelijk niveau met elkaar te vergelijken. Hierbij beperkt het vergelijk zich vaak tot de onderste laag van de stapel want daar zitten de cijfers. Een vergelijk van de hogere lagen gaat vaak niet op omdat er geen vergelijkbare service of functie beschikbaar is, of omdat een vergelijking op dit niveau door slechts een zeer beperkte groep mensen zal worden begrepen.
Een auto wordt vaak vergeleken met andere auto’s uit dezelfde klasse op motorvermogen, brandstofverbruik of acceleratie. Dat zijn harde cijfers. Een vergelijk van het zitcomfort of de uitstraling van het voertuig wordt al een stuk lastiger.

PSK

Phase Shift Keying.

Een modulatietechniek waarbij de data op de ingang van de modulator de fase van het laagfrequentsignaal laat variëren. Afhankelijk van het aantal faseniveaus kan de data rate worden aangepast, zonder het transmissiekanaal aan te passen. PSK met 2 niveaus heet PSK of 2PSK en deze modulatie kan 1 bit per symbool verzenden. PSK met 8 niveaus wordt 8PSK genoemd. Met 8 PSK kunnen 3 bits aan data per symbool door het transmissiekanaal worden verzonden. 8PSK wordt onder andere bij EDGE toegepast.

SDMA

Spatial (Space) Division Multiple Access. 

Een techniek waarmee door antennes de fysiek beschikbare horizontale ruimte wordt verdeeld in een aantal ‘taartpunten’. Hiermee is het mogelijk de electromagnetische energie te bundelen en te richten zodat multipath fading en co-channel effect wordt tegengegaan. Deze techniek is afgekeken van onder andere satellietsystemen. Hierbij wordt de zenderantenne zo geconstrueerd dat alle energie in een specifiek (beperkt) geografisch gedeelte wordt afgegeven. Het voordeel is dat er minder zendervemogen nodig is en dus een lager energieverbruik.
Het resultaat is een soort schakelende antenne waarbij het element dat de beste signaalsterkte ontvangt, wordt gebuikt om over te communiceren. Huidige ontwikkeling daarop zijn de Smart Antenna Systems die werken met Adaptive Array antennes, een soort van intelligent antennesysteem. Het voordeel is dat daarmee de uitgestraalde bundel in vrijwel elke richting kan worden veranderd.

Gerelateerde onderwerpen:

MIMO

Semi-duplex

Een variant op duplex waarbij er wel twee verschillende kanalen worden gebruikt maar waarbij er wel geschakeld wordt tussen zenden en ontvangen. Hierdoor kan de terminal goedkoper worden gemaakt, terwijl het netwerk wel een full-duplex systeem kan zijn. Voor het omschakelen van zenden en ontvangen kan van een relatief eenvoudig relais worden gebruikt. Bij full-duplex is een groot en duur duplexfilter noodzakelijk om de zender te isoleren van de ontvanger.

Gerelateerde onderwerpen:

Duplex
Half-duplex
Simplex

Simplex

Een transmissiesysteem is simplex als informatie maar één kant op gaat. Een afstandbediening voor de televisie is een voorbeeld van een simplex systeem. Voorwaarde is dat één node alleen een zender bevat en de andere node alleen een ontvanger.

Gerelateerde onderwerpen:

Duplex
Half-duplex
Semi-duplex

Software-defined Radio

Een SDR is in staat om door de toepassing aangepast te worden aan de specificaties van het netwerk. Door de verschillen tussen netwerken in verschillende geografische gebieden is het noodzakelijk om parameters in de fysieke laag te wijzigen. Door de traditionele wijze van het opwekken van het zendersignaal en de modulatie te vervangen door een DSP-achtig systeem, wordt het relatief eenvoudig om de radio aan het netwerk aan te passen. De keuze van netwerktopologie helpt daarbij in hoge mate. De modulatietechniek van nieuwe netwerken wordt aangepast aan de mogelijkheden van een SDR. Een modulatietechniek als OFDM kan relatief eenvoudig (softwarematig) worden aangepast. Hierdoor is het in theorie mogelijk om met bijvoorbeeld een UWB apparaat op een IEEE 802.11 netwerkt te communiceren.
Het grote voordeel is de flexibiliteit en de kostenbesparing in de toegepaste hardware.

Gerelateerde onderwerpen:

ACS
Ambient Network

SPI

Serial Peripheral Interface

Dit is een snelle seriële bus voor de (data)communicatie tussen IC's onderling. De bus is opgebouwd uit een schuifregister waarvan de ingang en uitgang door te lussen zijn. De bedoeling is om van alle IC's (met SPI) op het doelontwerp één grote SPI bus te maken met één master en meerdere slaves.
De master is vaak een microcontroller.

Spreading code

Een code waarmee de verzonden bits met een exclusive OR proces worden bewerkt en waarmee het frequentiespectrum van het zendersignaal wordt uitgespreid.


X-OR bewerking

Principewerking van het opwekken van een DSSS gemoduleerd signaal.



Spectrum

Verloop van het DSSS proces. Het DSSS signaal stelt de ontvanger in staat om smalbandige interferentie te onderdrukken. Het smalbandige signaal wordt door de reconstructie in de ontvanger als het ware over het frequentiespectrum uitgesmeerd en krijgt een veel lagere amplitude dan het gewenste signaal. Hierdoor kan de ontvanger vrij eenvoudig differentiëren tussen het gewenste signaal en de (ongewenste) interferentie.


Deze code wordt o.a. gebruikt bij DSSS. De code heeft specifieke mathematische eigenschappen waarmee een breed frequentiespectrum kan worden verkregen en dat laat zich vertalen naar een processing gain of procesversterking voor de verbinding.
Door de codelengte aan te passen maar de bit rate van de spreading code gelijk te houden blijft het spectrum intact. Door de lengte van de code aan te passen varriëerd de procesversterking en is de techniek in staat de data rate aan de kwaliteit van de verbinding aan te passen.

Een langere spreading code betekent een hogere procesversterking met als gevolg een lagere data rate.
Het nadeel is een zeer hoge bandbreedte van het zendersignaal tot wel 20 MHz en het gebruikt van complexe elektronica in de zender en de ontvanger. Het voordeel is de mate van controle over de verbinding en een betere bescherming tegen smalbandige stoorsignalen.

Gerelateerde onderwerpen:

Barker code
DSSS
EX-OR

SSID

Service Set IDentifier. 

Deze term wordt gebruikt bij IEEE 802.11. Een voor de gebruiker herkenbare en leesbare naam voor een IBSS, BSS of ESS. Een SSID bestaat uit 1 tot 32 karakters.
Een zeer beperkte vorm van beveiliging van de verbinding kan worden bereikt door de SSID uit te zetten. Voor de gebruiker lijkt het dan of er geen netwerk in gebruik is; de SSID wordt na een scan niet in de lijst getoont. Dit creëert echter valse veiligheid. Een beetje hacker heeft deze truuk natuurlijk zo door.

Symbol rate

Bij een modulatietechniek waarbij er meerdere amplitude of fasesprongen zijn gedefinieerd, kunnen meer bits per tijdseenheid worden verzonden. In dat geval wordt niet meer van de data rate gesproken, maar van de symbol rate. Bij een techniek waarbij 16QAM wordt toegepast en waarbij er een combinatie van 4 amplitudeniveaus en 4 fasehoeken zijn gebruikt, kunnen 4 bits (16 mogelijkheden) per tijdseenheid worden verzonden. Deze 4 bits worden het symbol genoemd. In dit geval is de data rate 4 maal de symbol rate.

UNII

Unlicensed National Information Infrastructure

Frequentieband in het 5 GHz bereik.

UNII 1 (Band A):
5,15 tot 5,25 GHz, maximaal zendervermogen: +23 dBm
5,25 tot 5,35 GHz, maximaal zendervermogen: +30 dBm 

UNII 2 (Band B):
5,47 tot 5,725 GHz, maximaal zendervermogen: +30 dBm 

UNII 3 (Band C):
5,725 tot 5,85 GHz, maximaal zendervermogen: +33 (+36) dBm

Band C is (nog) niet beschikbaar in Europa. De maximale zendervermogens kunnen per land verschillen.

Apparatuur die in deze frequentieband werkt, moet beschikken over TCP, Transmit Power Control en DFS, Dynamic Frequency Selection om interferentie met andere systemen te voorkomen. Deze band wordt ook voor satellietcommunicatie en radar gebruikt en deze signalen mogen niet gestoord worden.

Gerelateerde onderwerpen:

ISM
TCP
DFS

WCDMA

Wideband Code-Division Multiple-Access

WCDMA wordt meestal direct in relatie gebracht met UMTS (G3) omdat deze techniek daar wordt toegepast. Alternatieve benamingen zijn: IMT-2000, CDMA, Direct Spread en 3GSM. De techniek is gebaseerd op de werking van CDMA multiplex techniek, maar WCDMA is meer dan alleen een multiplex standaard. Het is een verzameling van specificaties. Het specificeerd onder andere hoe de terminal communiceert met het basisstation en de data rate en codering die moet worden gebruikt.

WiMax

Worldwide interoperability for Microwave access

Techniek voor de aanbieders van snelle dataverbindingen in gebieden waar het niet mogelijk is om (snel) bekabeling aan te brengen. Een techniek die bij uitstek geschikt is voor een betaalbare First-Mile, Last-Mile aansluiting op breedband Internet. WiMax is de Amerikaanse versie van het Europeese HiperMAN. Beide systemen werken volgens de IEEE 802.16 standaard.

  Winkelwagen
Ga naar de winkelwagen
 
86d28007271e4171a56617f9e4f7319a.jpg
 
193f968cdd48c66fddf65047efbf952e.jpg
 
Alle bedragen zijn exclusief BTW   
Powered by CCV Shop webwinkel
Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op.